Op onze school blijven leerlingen in principe niet zitten. In leerjaar 1 en 2 werken de leerlingen met het advies van de basisschool als uitgangspunt aan de ontwikkeling van hun talenten. Daarbij worden ze zorgvuldig gevolgd door de mentor en de experts.

 

Na de tweede klas worden de leerlingen geplaatst in een vmbo-leerroute of het havo/vwo. Aan deze plaatsing gaat een zorgvuldig traject van determinatie vooraf, dat door de mentor uitgebreid met de leerling en de ouders/ verzorgers wordt doorlopen. Zowel in leerjaar 1 als in leerjaar 2 vindt tussentijds een terugkoppeling in de vorm van een gesprek met leerling en ouders plaats, op welk niveau de leerling presteert en hoe hij zich ontwikkelt. Soms leidt een achterblijvende of tegenvallende ontwikkeling tot een persoonlijk ontwikkelingsplan dat de leerling zelf opstelt om alsnog het gewenste resultaat te halen. Voor leerlingen, van wie in de loop van het 2e leerjaar duidelijk wordt, dat zij baat hebben bij een vervolg op een andere school in de bovenbouw, stellen wij een dwingend advies op.

 

 

In de bovenbouw stromen leerlingen die niet bevorderd kunnen worden naar een volgend schooljaar, af. De enige uitzondering daarop vormen de leerlingen die blijven zitten in 3 vmbo en in 4 havo. Ook in de bovenbouw kunnen leerlingen nog opstromen naar een hoger niveau. De regels daarvoor staan op onze site.

 

Op het IJburg College werken we vanuit de driehoek leerling-ouder-mentor (school) om het maximale uit de leerling te halen. Dit betekent dat we de leerroutes voor alle leerlingen zo lang mogelijk open proberen te houden. Dit stimuleren we door leerlingen voor bepaalde vakken al op een hoger niveau te laten werken als de expert dit mogelijk acht. Het streven van het IJburg College is dat alle leerlingen op minimaal het basisschooladviesniveau een voldoende behalen bij alle vakken.

 

Het is de verantwoordelijkheid van de mentor om samen met de ouders/verzorgers hier actief op te sturen bij zijn mentorleerlingen. Eerstejaars leerlingen werken in principe bij alle vakken op het basisschooladviesniveau, tweedejaars leerlingen op adviesniveau eind eerste leerjaar. Leerlingen worden gedetermineerd op het laatste adviesniveau (het niveau waarop ze behoren te werken). Dit kan dus het basisschooladvies zijn of het advies dat leerlingen van ons hebben gekregen. Tijdens de determinatiemomenten (in december en mei) bepaalt het hele team van experts of leerlingen op dit adviesniveau voldoende scoren.

 

Met toestemming van de expert en in overleg met de mentor kunnen leerlingen bij bepaalde (of alle) vakken op een niveau hoger gaan werken dan het adviesniveau (opstroom). Opstroom vindt plaats per individueel vak. Mocht een leerling voor de meeste of alle vakken op een hoger niveau werken, dan kan het team tijdens de determinatie in december of mei besluiten een leerling volledig te laten opstromen (voor alle vakken) en krijgt de leerling een hoger advies. Het kan ook voorkomen dat leerlingen het niet redden op hun adviesniveau en afstromen, voor één vak of voor alle vakken. Het is een belangrijke taak van de mentor om op- of afstroom tijdig te signaleren en met experts, ouders/verzorgers en de leerling hierover te communiceren.

 

modulegroepen binnen de deelscholen vinden plaats na het determinatieoverleg (in januari en in mei). Wisselingen van deelscholen vinden plaats na een schooljaar. Dit gebeurt altijd in nauw overleg met leerling, ouder(s) en school (mentor, deelschoolleider).

 

Resultaat op adviesniveau

Kernvak
negatief advies

Bespreekgeval ja/nee

Bevorderen ja/nee

0 negatieve adviezen

0

Nee

Ja

1 negatief advies

0

Nee

Ja

1 negatief advies

1

Ja

Na bespreking

2 negatieve adviezen

0

Ja

Na bespreking

2 negatieve adviezen

1

Ja

Na bespreking

2 negatieve adviezen

2

Ja

Na bespreking

3 negatieve adviezen

0, 1, 2, 3

Nee

Nee

 

Bevorderingsnorm onder- naar bovenbouw

N.B.: Voor leerlingen die op vmbo-tl, havo en vwo werken betekent niet bevorderen: afstroom naar een lager niveau. Voor leerlingen die op vmbo-basis/kader werken betekent niet bevorderen: uitstroom naar een andere school. De kernvakken zijn Nederlands, Engels en wiskunde.

 

Doorstroom in de bovenbouw

In de loop van leerjaar 3 laten de leerlingen in het vmbo door hun prestaties zien op welk niveau en in welke vakken ze examen zullen doen. Dat kan vmbo-kb of vmbo-tl zijn. In uitzonderingsgevallen wijken we daarvan af en doet een leerling examen op het niveau van vmbo-bb.


Ook in 3 havo/vwo laten de leerlingen aan de hand van hun prestaties het niveau zien waarop ze examen doen en kiezen ze aan de hand daarvan ook het profiel waarin ze examen zullen doen.


Voor zowel vmbo als havo/vwo geldt dat de keuze volgens een zorgvuldig uitgestippeld traject verloopt en aan eisen gebonden is. Deze eisen staan omschreven in het document ‘Profielkeuzeproces op het IJburg College’ dat door de coaches met de leerlingen en hun ouders/verzorgers besproken wordt en ook terug te vinden is op onze site.

 

Aan het einde van het derde leerjaar bevorderen we leerlingen op basis van de zogenaamde slaag-/zakregeling. Dat is een regeling die door de overheid in het Eindexamenbesluit is vastgelegd en waarin omschreven staat hoeveel punten een leerling minimaal behaald moet hebben om te slagen voor de leerroute die hij gevolgd heeft. Deze slaag-/zakregeling is de laatste jaren aanzienlijk aangescherpt. De slaag-/zakregeling is opgenomen in het examenreglement, dat terug te vinden is op onze site.

 

Alle leerlingen die niet aan deze regeling voldoen, worden besproken in de overgangsvergadering aan het einde van het schooljaar. De deelschoolleider besluit op basis van het advies van de overgangsvergadering waar de leerling die niet voldoet aan de slaag-/zakregeling geplaatst wordt. In principe doen leerlingen het leerjaar niet over. Alleen in uitzonderlijke gevallen mag een leerling het jaar overdoen (bijvoorbeeld bij langdurige ziekte tijdens het schooljaar).

 

De enige gereguleerde uitzondering op de regel dat een leerling het schooljaar niet overdoet, geldt voor 4 havo en 3 vmbo. We willen dat alle leerlingen met een diploma van school gaan. Om die reden mogen leerlingen die onvertraagd in 4 havo terecht gekomen zijn in principe het jaar overdoen. Dat geldt ook voor overstappers met een diploma van 4 vmbo-tl. Voor leerlingen van het vmbo is de verblijfsduur in het voortgezet onderwijs versoepeld en maken we een uitzondering voor degenen met een reële kans van slagen in onze bovenbouw.

 

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, wordt de beslissing door de algemeen directeur genomen.